Voor altijd nooit weer

Al die voorbijgegane dingen
zwerven door mijn kop
Blijft een gedachte kleven,
geef ik het vechten in het heden even op

Er leven zoveel doden in mijn hersencellen
en steeds komen er nieuwe bij
dan denk ik: hoeveel kan een mens verdragen
Ook die gedachte gaat vanzelf voorbij

Hoe jij hier echter uit het leven stapte
alsof je slechts een weeklang op vakantie ging
bezorgt mij elke dag naast een intens gemis
gevoelens van verbijstering

die blijven

Nog een keer omkijken

Ik weet nog hoe onze handen elkaar
net niet raakten
het schutterige reiken
niet weten waar
ze te laten
de eeuw van aankijken
de warmte in mijn buik
het van geen wijken willen weten
het talmende opbreken
nog een keer omkijken naar
elkaar

Ik weet nog van de rust
die je uitstraalde
hoe ik baalde
toen je naar die ander keek
mezelf vergeleek
onzeker bleek
je mijn hand vasthield
niet losliet
nooit hebt losgelaten
mij misschien nog altijd ziet
lacht
op me wacht
nog een keer omkijkt

Leeg

Irma raakte het bureautje aan dat tegen de knalroze geverfde muur stond. Ze streek met haar wijs- en middelvinger over het blad, vanaf de hoek tot aan de plek waar het kleurboek lag.
Eefs kamer leegruimen zou helpen bij de verwerking, had de therapeut gezegd.
Tot vandaag was ze niet verder gekomen dan stofzuigen, het sterrengordijn openen en weer sluiten, afstoffen, de foto oppakken en weer neerzetten.
Het geheugen is zoveel milder dan foto’s, dacht ze, terwijl ze naar Eefs lachende gezicht keek, blonde krullen op het kale hoofd plaatste en de donkere kringen onder de ogen wegpoetste.
‘Mam? Mamma?’ Met een ruk draaide ze zich om naar het ledikant, maar het bed was leeg en onbeslapen.
Ze vouwde een verhuisdoos in elkaar, zuchtte diep en opende het bureaulaatje. Ze pakte er een handvol kleurpotloden uit en legde die op het blad naast het kleurboek. Voorzichtig streek ze over het kaft, opende het boek en bladerde er doorheen. Eef had een goed gevoel voor kleuren en werkte heel netjes. Irma had haar vaak geprezen. Was het vaak genoeg?
In het midden van het kleurboek kwam ze twee bladzijden tegen zonder tekeningen. Twee blanco pagina’s. Of, nee, toch niet blanco. In onregelmatige letters stond bovenaan de linker pagina geschreven: Voor mama. En onderaan de rechter: Van Eefje. Er tussenin zat de omtrek van een hart.
​Ze drukte de pagina’s tegen haar borst. Ik zou wel in het boek willen kruipen, dacht ze, veilig tussen de ingekleurde blaadjes, en daar blijven.

©willy huisman