Jammie jammie

‘Moet die kleine Fonzie ook een slabbetje om, mijn lieve kleine honnepon? Nee, dat hoeft-ie niet, hè? Mijn lieve poppiedoppie. Mijn lekkere dropvetertje hoeft geen slabbetje, en ook geen vorkje of een mesje. Nee, mijn mannetje hoeft dat niet.’
Maxi dribbelt naar haar vaste plek aan de eettafel. Fonzie zit op zijn lichtblauwe kussentje recht tegenover haar, zijn snoetje komt net boven de tafel uit.
‘Nu gaat mammie Maxi “jammie jammie” doen. Moet jij mooi stil blijven zitten, lieve Fonzie, afgesproken?’ Ze reikt naar het knopje van de Cd-speler.

Fonzie laten opzetten had natuurlijk ook gekund, maar dat gewroet in zijn lijf stuitte haar tegen de borst.

Negen jaar geleden haalde Maxi Fonzie op bij de fokker. Wat een ellende was dat in het begin. Bijna ieder uur gingen bij puppy Fonzie de sluisdeuren open. Ze had er niet aan gedacht een mand te kopen en een hondenriem, ze kwam bij de fokker met enkel goede bedoelingen. Uiteindelijk was het nog best goed gekomen, Fonzie werd haar vaste disgenoot. Ze hield van zijn geslurp en gesmak, het klonk intens genietend.
Helaas hield zijn hart het dit jaar voor gezien. De staande klok had net de twaalfde slag geslagen toen Fonzie een keer kreunde en meteen vertrok. Ze overgoot zijn lijf met tranen en wiegde het in haar armen tot ze stijf werd. Ze stond op en nam een besluit. In de computerwinkel liet ze zich voorlichten en schafte een 3D printer aan. Thuis maakte ze een bouwtekening. Twee weken later had ze verrukt haar nieuwe Fonzie uitgeprint. Op internet vond ze, na lang zoeken, het juiste slobbergeluid.