Bij de kapper

Carla kauwt. Fanatiek. Ze kauwt en slikt en blaast bubbels die ze laat klappen. Ik kan mijn blik niet van haar afhouden in de spiegel. Ze slentert naar me toe.

‘U komt voor mij, toch?’

‘Dat klopt.’ God wat heb ik een spijt, straks zit mijn haar onder de Bazooka of hoe dat spul nu heet.

-Plop-

Bazooka was roze en rook zoet, Carla’s kauwgum is grijswit en ruikt naar munt.

‘Zelfde model maar weer?’

Ik knik.

Met een zwaai drapeert ze de kapmantel om me heen en sluit hem met een drukknoopje.

‘Niet te strak?’

Ik schud mijn hoofd. Naast me loeit een droogkap, warme lucht blaast eronderdoor, de geur van ammoniak meevoerend. Carla schuift de verrijdbare wasbak tegen mijn nek aan. Een stroompje water streelt mijn haar en klettert in de bak; ik ontspan.

Zonder het te zien weet ik dat er een bubbel verschijnt rond Carla’s getuite lippen, omdat ze kort daarvoor een smakkend geluid maakte.

De bubbel wordt groter en groter, mijn hoofd wordt erin opgenomen. Geluiden klinken er gedempt en het is alsof ik in een mist terechtkom. De bubbel rekt uit als elastiek en slokt mij helemaal op; ik zweef door de ruimte, voel me opgesloten en tegelijkertijd vrij. Door het openstaande raam zweef ik naar buiten, omhoog. Het vlies van de bubbel wordt dunner en onder me zie ik vaag de kapsalon, het dorp en de weilanden. Ik ruik het pas gemaaide gras.

Boven een meer klapt de bubbel uit elkaar. Ik zit onder de kauwgum en val in het water; de kauwgum verhard, ik kan me nauwelijks bewegen. Ik stik. Ik verdrink.

Ik hoest en kokhals. Het water gutst uit mijn mond.

‘Sorry, mevrouw, sorry – ik was er even met mijn gedachten niet bij, ik slikte per ongeluk mijn kauwgum door.’

Ik kijk naar Carla’s lege mond en haal opgelucht adem.

© willy huisman

Leeg

Soms raakte Irma het bureautje aan dat tegen de – op verzoek – knalroze geverfde muur stond. Dan streek ze met haar wijs- en middelvinger over het blad, vanaf de hoek tot aan de plek waar het kleurboek lag.

Eefs kamer leegruimen zou helpen bij de verwerking, zei de therapeut.

Tot vandaag was ze niet verder gekomen dan stofzuigen, het sterrengordijn openen en weer sluiten, afstoffen, de foto oppakken en weer neerzetten.
Het geheugen is zoveel milder dan foto’s, dacht ze, terwijl ze naar Eefs lachende gezicht keek, blonde krullen op het kale hoofd plaatste en de donkere kringen onder de ogen wegpoetste.

‘Mam? Mamma?’ Met een ruk draaide ze zich om naar het ledikant, maar het bed was leeg en onbeslapen.

Ze vouwde een verhuisdoos in elkaar, zuchtte diep en opende de la van het bureautje. Ze pakte er een handvol kleurpotloden uit en legde die op het blad naast het kleurboek. Ze streek over het kaft, opende het boek en bladerde het door. Eef had een goed gevoel voor kleuren en werkte heel netjes. Ze had haar vaak geprezen. Was het vaak genoeg?

In het midden van het kleurboek kwam ze twee bladzijden tegen zonder tekeningen. Twee blanco pagina’s. Of, nee, toch niet blanco. In Eefs handschrift stond met grote letters bovenaan de linker pagina: Voor mama. En onderaan de rechter: Van Eefje. Er tussenin zat de omtrek van een hart.

Ze drukte de pagina’s tegen haar borst.
Ik zou wel in het boek willen kruipen, dacht ze, veilig tussen de ingekleurde blaadjes, en daar blijven.

 

©willy huisman